Vrijdagochtend, 24 februari. De hele Múzeum körút, de brede straat die van de Donau tot het Astoria-metrostation loopt, heeft collectief besloten te verhuizen. Lijkt het. Dozen gevuld met lp’s, boeken en door motten aangevreten handdoeken staan op de rand van de stoep. Voor de antieke boekenwinkel staat een wasmachine, bij het postkantoor een bureaustoel met een gebroken poot. Een donkergrijs bestelbusje stopt. Een handvol mensen stapt uit, waaronder twee kleine kinderen. Hun kleding is versleten, en de sandalen waar het jongetje met zijn witte sokken in steekt zijn te klein voor zijn voeten. Jachtig doorzoekt het gezelschap de spullen. Een broodrooster wordt opgepakt en heen en weer geschud, een dekbed wordt gespreid en uitgeklopt. Wat voldoende waarde lijkt te hebben wordt de bus in getild. Zwijgend en met neerhangende mondhoeken stapt iedereen weer in. De man schuift achter het stuur, start de auto en rijdt weg.

Niet veel verder, op een straathoek nabij de chique winkelstraat Váci Utca, staat een stoelenkerkhof. Zitmeubels met verschilimg_5322lende vormen leuningen en zitvlakken staan kriskras door elkaar. Achter het samenraapseltje staat een brede man, zijn armen over elkaar geslagen. Een ander is voor het gemak maar op één van de stoelen gaan zitten. Als een badmeester houdt hij zijn meubelschoolklas in de gaten. Een vrouw met een bontmuts loopt langs. Ze buigt zich naar voren bij één van de stoelen, laat een vinger over de zitting gaan. Ze is niet overtuigd: de stoel blijft staan.

Wat is hier aan de hand? Een vuilophaaldag. Eens in de zoveel weken wordt het grofvuil per district ingezameld. Vandaag is het vijfde district aan de beurt.

Het grofvuil trekt spullenjagers van allerlei slag. Om de hoek van de straat van het stoelenkerkhof bewaakt een jonge vrouw met een groene harembroek een stapel  boeken. Een man met een wandelstok en lichtbruine overjas pakt een ansichtkaart op die ernaast ligt. Onmiddellijk stapt de vrouw op hem af en grist de kaart uit zijn handen. Een woordenwisseling volgt, de man zwaait met zijn stok. De vrouw is onverbiddelijk: haar harde woorden weerkaatsen tegen de huizen, ze ontbloot haar gele tanden. De kaart gaat in haar zak. Hoofdschuddend blaast de man de aftocht.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s